Overzicht

225 Veenendaalse verhalen over beschermd thuis

26 oktober 2021

In 2015 bracht de commissie Toekomst beschermd wonen op verzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een advies uit over de toekomst van beschermd wonen. Dit Dannenberg advies, zoals het ook wordt genoemd, gaat in op de vraag hoe mensen met intensievere ondersteuningsbehoeften zelfstandig, begeleid kunnen wonen in de wijk. Sindsdien geven gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties, en woningcorporaties samen vorm aan de transitie van beschermd wonen naar beschermd thuis. En wordt nagedacht over de toekomst van beschermd wonen, want die woonvorm blijft bestaan.  

Verhaal halen

Hoewel deelnemers en Rijk voorstander zijn van beschermd thuis, is het geen eenvoudige opgave. Christa Visser, beleidsadviseur Sociaal Domein bij gemeente Veenendaal: ‘Sinds de decentralisatie van de zorg in 2015 zijn gemeenten vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning verantwoordelijk voor opvang en bescherming van kwetsbare inwoners. Momenteel liggen de financiering en uitvoeringstaken nog bij de 43 centrumgemeenten, vanaf 2023 worden ze gefaseerd overgeheveld naar lokale gemeenten. Met een meerjaren-aanpak bereiden we ons daarop voor.’

Gemeente Veenendaal baseert die aanpak op een grootschalig, narratief onderzoek. Deelnemers van beschermd wonen en intensieve, ambulante begeleiding, begeleiders én wijkbewoners werden gevraagd naar hun ervaringen en mening; 225 mensen in totaal. Hoe zien ze de toekomst? Wat hebben ze nodig? Wat zijn zorgen en verwachtingen? ‘Vooral de 36 ervaringsverhalen van cliënten vind ik heel waardevol’, vervolgt Christa. ‘Tachtig procent droomt van een zelfstandige toekomst met een eigen huis, een relatie en werk. Dat willen we graag mogelijk maken. Door de uitgebreide gesprekken kunnen we beter rekening houden met dagelijkse kwetsbaarheden en zorgen van buurtbewoners.’

Weten wat werkt

Ook Kwintes is betrokken bij het onderzoek, als grootste aanbieder van beschermd wonen in Veenendaal. Een belangrijke taak: cliënten en begeleiders aandragen voor de gesprekken. ‘We willen graag een bijdrage leveren aan een goede doorstroom naar beschermd thuis in Veenendaal’, zegt zorgmanager Gert van Esse. ‘Daar doen we met andere zorgorganisaties ook breder onderzoek naar. Samen met HVO-Querido en Leviaan onderzoeken we de ervaringen en waarde van wijkgerichte ondersteuning. Hiermee willen we toetsen onder welke voorwaarden en voor wie wonen in de wijk haalbaar en wenselijk is. Dit doen we vanuit ons onderzoeksprogramma samen met Tranzo, het wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van Tilburg University.’

‘In de gemeente Veenendaal leveren we een bijdrage aan een kortdurend onderzoek dat snel een eerste kleurrijk beeld geeft van de ervaringen. Terwijl we bij ons onderzoek met HVO-Querido, Leviaan en Tranzo mensen twee jaar volgen’, zegt Thirza Geurts-Reumerman, beleidsadviseur bij Kwintes. ‘We gaan meermalen met hen in gesprek over thema’s als herstel, participatie, eenzaamheid, overlast en ondersteuning. Het doel is om te leren van de huidige aanpakken en gezamenlijk een helpend kader te ontwikkelen voor de ambulantisering in het beschermd wonen. In essentie draait het onderzoek om hetzelfde als dat in Veenendaal: kijken wat nodig is om beschermd thuis tot een succes te maken. Voor alle betrokkenen.’

Ruimte voor herstel

Ambulantisering van psychosociale zorg vraagt veel van gemeenten. ‘Alles weegt mee’, legt Thirza uit. ‘De structuur van de stad, hoe een wijk is opgebouwd, draagvlak in de buurt, de hulpvraag en woonwensen van deelnemers. Iemand die gevoelig is voor prikkels, is bijvoorbeeld niet op zijn plek in een onrustige wijk. Aan de ene kant wil je risico’s beheersen, aan de andere kant ruimte geven aan herstel van mensen. Dat is en blijft een spanningsveld. Herstel fluctueert, mensen krijgen soms een terugval. Daar moet ruimte voor zijn. Het is begrijpelijk dat wijkbewoners daar geen overlast van willen. Uit de gesprekken bleek dat gemeenten hierin meer kunnen betekenen.’

Ze vervolgt: ‘We moeten af van het idee dat deze mensen alleen maar problemen veroorzaken. Het helpt als mensen elkaar ontmoeten, er contact is met buurtbewoners en goede ondersteuning door zorg- en welzijnsorganisaties. Mensen moeten ergens naartoe kunnen om te ontspannen, hun hobby uit te oefenen of te sporten. Ze moeten zich veilig voelen in hun buurt.’

Zelf ondersteuning vragen

In Veenendaal geven de gesprekken de gemeente aanknopingspunten om het draagvlak voor beschermd thuis te vergroten. ‘Het meest kritisch waren Veenendalers die eerder een negatieve ervaring hadden gehad, bijvoorbeeld overlast van een buur met verward gedrag. Met voorlichting en ontmoetingen kun je daar een hoop in veranderen’, zegt Gert. ‘Een opvallend resultaat was dat zorgprofessionals meer beren op de weg zagen dan cliënten zelf. Zij komen vaak in beeld als het niet goed gaat, dus dat is niet zo gek. Maar er gaat in het leven van mensen ook veel wél goed. Daarom zetten we ook steeds vaker ervaringsdeskundigen in voor herstelondersteunende zorg. Samen zien ze het bredere plaatje.’

Thirza vult aan: ‘Een mooie uitkomst vind ik dat mensen die willen doorstromen naar een zelfstandige woning goed kunnen aangeven wanneer ze ondersteuning nodig hebben. Uit de gesprekken bleek dat ze hun eigen kwetsbaarheden kennen.’

Schouders eronder

Wat gaat Veenendaal doen met de onderzoeksresultaten? ‘We willen pilots starten om bewoners zacht te laten landen in de wijk’, zegt Christa. ‘We moeten ervoor zorgen dat beschermd thuis een gedeelde verantwoordelijkheid wordt van gemeente, woningbouwcorporaties, zorgorganisaties en het welzijnswerk. Dat is geen eenvoudige opgave, zeker niet met de krappe woningmarkt. We hebben nog heel wat werk te verzetten.’