Overzicht

Eigen onderzoeksafdeling Kwintes: ‘We brengen nieuwe kennis meteen in de praktijk’

29 september 2020

Hoe kan het aanbod van beschermd wonen beter aansluiten bij jongvolwassenen? Kan een robot cliënten helpen met hun dagindeling? En hoe gaat het eigenlijk met cliënten die zijn uitgestroomd? Sinds vorig jaar houdt de eigen onderzoeksafdeling van Kwintes zich bezig met dit soort vragen. Diana Roeg is programmaleider onderzoek bij Kwintes en vertelt er meer over.

Waarom een eigen onderzoeksafdeling?

‘De sector van Beschermd en begeleid wonen en opvang bestaat nog niet zo lang. Ruim 35 jaar geleden werden de eerste RIBW’s in het leven geroepen. In al die tijd is er maar weinig onderzoek gedaan naar de manier van werken en het effect daarvan op cliënten en begeleiders. De sector wordt nu steeds professioneler. Dat moet ook wel, want er is de laatste jaren veel veranderd. De zorg is ambulanter: cliënten worden waar mogelijk aan huis begeleid, wat meer zelfstandigheid van ze vraagt. Door die ambulantisering is er ook meer behoefte aan toetsing en evaluatie. Kwintes zag die behoefte en besloot als eerste binnen de sector een eigen onderzoeksafdeling op te zetten.’

Wat onderzoeken jullie?

‘Kwintes heeft vijf speerpunten opgesteld voor de komende vijf jaar. Veel daarvan zijn interessant voor de hele sector. We onderzoeken bijvoorbeeld het effect van ambulantisering op beschermd wonen. Wat betekent dit voor cliënten, hun begeleiders, naasten en buurtbewoners? En wat is er nodig om deze nieuwe vorm van zorg tot een succes te maken? Bij dit onderzoek werken we samen met HVO-Querido en Leviaan. Een ander onderzoek kijkt of het huidige aanbod van beschermd wonen wel goed aansluit bij jongvolwassenen. We zien namelijk dat de overgang van jeugdzorg naar de volwassen ggz nog vaak problemen oplevert. Dakloosheid onder jongeren neemt daardoor toe en autonomie en kwaliteit van leven blijven laag. De onderzoeken hebben een verschillende looptijd, afhankelijk van de vraag: sommige duren een jaar, andere duren een aantal jaar. In die periode passen we opgedane inzichten ook meteen toe. We werken dus heel praktijkgericht.

Waar gaan de kortlopende onderzoeken over?

‘We hebben drie onderzoeken met een looptijd van een jaar. Eén daarvan gaat over de inzet van tinybot Tessa bij begeleid wonen. Deze robot heeft de vorm van een ei en ondersteunt cliënten bij hun planning. Ze helpt bijvoorbeeld onthouden wanneer het tijd is voor medicatie, een boterham of een belangrijke afspraak. Normaal gezien belt een woonbegeleider voor al deze dingen. De eerste indrukken die zijn opgedaan in het innovatielab lijken positief: de robot bespaart begeleiders werk en cliënten voelen zich minder betutteld. Uitgebreider onderzoek moet nu uitwijzen of cliënten er écht mee geholpen zijn en voor welke groepen cliënten zo’n tinybot dan uitkomst biedt.’

Werk je veel samen met anderen?

‘Zeker, het is zonde om op je eigen eilandje te blijven. Het onderzoeksteam bestaat nu uit drie mensen, inclusief ikzelf, en een stuurgroep met de Raad van Bestuur, directie en control. We werken natuurlijk veel samen met onze eigen persoonlijk begeleiders, adviseurs, coördinatoren en cliënten, maar ook met andere RIBW’s, de brancheorganisatie Valente, kenniscentrum Phrenos en onderwijsinstellingen als Tilburg University en Christelijke Hogeschool Ede. Studenten kunnen via de Kwintes Academie bij ons hun afstudeerproject doen. Dat levert hen interessante praktijkervaring op en ons leerzame onderzoeksresultaten.’

Welke rol speelt onderzoek over vijf jaar binnen Kwintes?

‘Ik hoop dat de onderzoeken die op dit moment lopen zijn afgerond, en dat we mooie impact zien binnen Kwintes. Niet alleen op het gebied van de zorg aan onze cliënten, maar ook op beleidsniveau – want ook daar is behoefte aan onderbouwde kennis. Mijn ideaal is als we zorg, beleid en onderzoek in de organisatie bij elkaar weten te brengen. Ook zou ik het mooi vinden als we het onderzoeksklimaat binnen de organisatie verder hebben gestimuleerd. Ik zie nu al dat veel collega’s op kleine schaal onderzoek doen, ofwel vanuit een deeltijdstudie of vanuit persoonlijk interesse. Hopelijk wordt dat de komende jaren nog meer.’