Overzicht

Housing First in Zeist

27 september 2022

In Zeist ontvingen recentelijk zes nieuwe bewoners de sleutel van hun woonstudio. Kwintes begeleidt deze bewoners die eerder geen vaste woon- of verblijfplaats hadden. Dat doen we volgens het Housing First-principe: mensen krijgen eerst een dak boven hun hoofd, daarna ondersteunen we ze bij het opbouwen van hun leven.

De woonstudio’s zijn gerealiseerd vanuit ‘Living Lab Eerst een thuis’. Dit is een samenwerking tussen Utrechtse gemeenten (U16), woningcorporaties en zorgorganisaties zoals Kwintes. Met financiering vanuit het Rijk verzorgen we in twee jaar tijd 200 woningen en begeleiding voor mensen die nu nog geen vaste woon- of verblijfplaats hebben. Corina van den Berg, bemoeizorger bij Kwintes, was nauw betrokken bij de intakegesprekken voor de zes woningen. ‘In principe is iedereen zonder vaste woon- en verblijfplaats welkom – Stadsteam Back-up dat in Utrecht mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats begeleidt, levert de kandidaten aan. Maar niet iedereen zonder vaste woon- of verblijfplaats wil meedoen. Motivatie is essentieel bij Housing First, dus daar hebben we het over. Wat is jouw verhaal? Hoe kijk je naar de toekomst? En welke omgeving past daarbij?’

Tijdelijk tussenstation

De woonstudio’s zijn bedoeld als tussenstation. Het huurcontract is tijdelijk, en de woningcorporatie helpt met de doorstroom naar een zelfstandige woning. Corina: ‘Daarom is het ook niet erg dat het kleinere woningen zijn, waar mensen de voordeur en wasruimte delen. De kleinste studio is 11 vierkante meter, de grootste 50 vierkante meter. Die zijn speciaal voor gezinnen. Ouder en kind wonen niet permanent samen, daar is het niet groot genoeg voor. Maar zo kunnen ze wel weer onderdeel worden van elkaars leven.’

Leven opbouwen

Kwintes begeleidt de bewoners ambulant. ‘Het idee is dat ze hun leven en netwerk in deze regio gaan opbouwen’, zegt Corina. ‘We helpen ze zoeken naar dagbesteding, zoals een opleiding of baan. Maar dat is pas na een tijdje. De eerste periode moeten mensen vooral heel erg wennen. Aan een dak boven hun hoofd, meubels, koken, buren, rekeningen; het is een totaal andere wereld. De kans op overlast of gedoe met de buren in deze fase ook groter. Wanneer dit project voor mij echt geslaagd is? Als mensen onderdeel zijn geworden van de buurt. Samen sta je sterker.’

Groter denken

De bemoeizorger maakt zich grote zorgen over de nu al bomvolle maatschappelijke opvang. ‘Het leven is zo duur geworden en het woningaanbod zo klein. Steeds meer mensen lopen vast. Een van de bewoners zei laatst tegen me: “Sluit me maar preventief af van gas en water. Ik kan zonder, op straat had ik het ook niet.” Maar dat zegt natuurlijk niks over Housing First zelf, dat is heel hard nodig. Ik denk dat we het in Nederland ook veel grootschaliger kunnen inzetten. Denk maar eens aan al die kantoorpanden die omgebouwd kunnen worden. Als je groter denkt, is er veel meer mogelijk.’

Ray: ‘Er slapen in Nederland zóveel mensen op straat’

Ray (niet zijn echte naam) had jarenlang geen vaste woon- of verblijfplaats. Op z’n veertiende belandde hij al op straat omdat het thuis niet meer ging. ‘Ik deed wat ik moest doen om te overleven. Auto’s stelen, wapens smokkelen.’

‘Na een jaar of tien op straat trok ik in bij mijn toenmalige vriendin en startte ik een hulpverleningstraject. Dat werd een nieuwe lijdensweg; van verplichte verhuizingen naar smerige of te dure woningen tot conflicten over leefgeld. Zelfs mijn kind hebben ze me afgenomen.’ Inmiddels vindt Ray bij bemoeizorger Corina wel een luisterend oor. ‘Ik stuur haar filmpjes van de geluidsoverlast van mijn buren. En zij ziet ook hoeveel loze beloftes hulpverleners nog steeds doen.’

Nooit meer

Hoe kijkt Ray naar Housing First en ‘Living Lab eerst een thuis’? ‘Ik gun het iedereen, zeker de jongeren en de ouderen. De daklozenopvang met grote slaapzalen is onmenselijk. Zelf ben ik er hooguit een kwartier binnen geweest. Ik besloot: dit nooit, ik slaap nog liever buiten. En dat deed ik – zelfs bij twintig centimeter sneeuw. Nog steeds zou ik zo afstand doen van mijn woning als iemand het harder nodig heeft dan ik. Ik red me wel.’

Elke nacht

‘Na al die jaren heb ik behoefte aan één ding. Rust. Het liefst zou ik ergens buitenaf wonen. Zo klein als maar kan, ik heb niet veel nodig. Deze maatschappij is niet voor mij – ik wíl er niet eens meer bij horen. Als ik hoor hoe verontwaardigd mensen zijn over de buitenslapers bij aanmeldcentrum Ter Apel, word ik woest: er slapen in Nederland zóveel mensen op straat. Elke nacht. Waarom heeft niemand het dáár over?’