Overzicht

Kwintes’ quarantaineafdeling in De Stolpe: ‘We kunnen zo weer van start als het nodig is’

10 juli 2020

Wat als een dakloze besmet raakt met het coronavirus? Thuisisolatie is geen optie, en afzondering op een drukke opvang ook niet. Opvanglocatie De Stolpe in Hilversum werd daarom deels omgedoopt tot Kwintes’ quarantaineafdeling. ‘We doen alles om het verblijf hier zo draaglijk mogelijk te maken.’

Terwijl in Nederland de eerste coronagevallen worden geteld, nemen ook bij Kwintes de zorgen toe. Met name om de daklozen. ‘Als op een daklozenopvang corona uitbreekt, heb je een enorm probleem’, vertelt zorgmanager Harro Koeleman. ‘Daklozen kunnen nergens heen, zwerven overdag op straat en slapen ’s nachts vaak met meerdere mensen op een kamer. Afstand houden is voor hen lastig, isolatie onmogelijk. Voor je het weet is iedereen ziek.’

Perfecte locatie

Er moet een noodoplossing komen voor deze groep en Harro heeft al snel een idee. ‘Ik wist dat een vleugel van opvang De Stolpe in Hilversum leeg stond. Als voormalig verpleeghuis is het de perfecte quarantainelocatie. De vleugel heeft een eigen ingang en valt dus goed af te schermen van de rest van het gebouw. Het was direct duidelijk: dit moest dé corona-afdeling van Kwintes worden, waar we daklozen met ziekteverschijnselen kunnen opvangen en verzorgen.’

Moedige vrijwilligers

Met hulp van de GGD en twee verpleegkundigen van het Tergooi ziekenhuis wordt De Stolpe volledig coronaproof gemaakt volgens de richtlijnen van het RIVM. ‘We hadden genoeg mondkapjes, beschermende kleding en schoonmaakmiddelen om een tijdje vooruit te kunnen. Beademingsapparatuur was er niet. Ernstig zieke mensen moesten naar het ziekenhuis, maar de rest konden we hier opvangen.’ Medewerkers die door de crisis hun normale werk niet meer kunnen doen, vormen samen het vrijwillige verpleegteam – uiteraard in samenwerking met de GGD en de twee Tergooi-verpleegkundigen. ‘Niemand was bang voor het virus. Iedereen greep deze uitdaging met beide handen aan’, vertelt Harro trots.

Als woonbegeleider Marcel Richard de oproep voor het vrijwillige verpleegteam leest, hoeft hij niet lang na te denken. ‘Je kan in een crisis thuis blijven zitten, maar ik wil heel graag iets doen en leren. En ik ben blij dat ik me heb aangemeld, want deze ervaring vergeet ik nooit meer. Het team is heel hecht, iedereen heeft hetzelfde doel: goed voor deze mensen zorgen. We leggen alle patiënten in de watten. Dat ontroert ze soms. Bregitta (zie foto) pinkte bijvoorbeeld een traantje weg toen ik de korstjes van haar boterham sneed, omdat ze geen gebit heeft. “Dat deed mijn moeder vroeger ook altijd”, zei ze. En een dakloze jongen die normaal onhandelbaar is, gedroeg zich bij ons voorbeeldig. De positieve aandacht en rust doet deze mensen zichtbaar goed. Sommigen willen niet eens naar huis als ze weer opgeknapt zijn. Dat geeft me zoveel voldoening.’

Is het genoeg?

Binnen een paar weken is de kersverse quarantaineafdeling klaar voor de eerste patiënt. In totaal zijn er achttien kamers met een bed, tv en eigen sanitair. Zou het genoeg zijn? ‘We hadden echt geen idee. De angst dat we snel vol zouden zitten was er zeker, we waren op het ergste voorbereid door al die enge verhalen over de IC’s.’

En dan is het zover. De eerste patiënt meldt zich.

‘Een dakloze met een flinke longontsteking. Hij was heel ziek, erg benauwd. De GGD kwam hem brengen en ik ben meteen naar De Stolpe gegaan. Het klinkt misschien gek, maar zo’n eerste patiënt is toch bijzonder. Die wilde ik persoonlijk opvangen. Toen ik aankwam, zag ik de ambulance staan en iedereen in een beschermend pak lopen. Ik moest er zelf ook een aan. Een hele kunst om in zo’n pak toch menselijk te blijven voor de patiënt en hem gerust te stellen.’

Peukje en pintje

De angst voor overbezetting blijkt gelukkig ongegrond. ‘We hebben in totaal zeven cliënten opgevangen, op het hoogtepunt drie tegelijk. Ze zijn hier helemaal in de watten gelegd. Met ontbijt, lunch en diner op bed, en natuurlijk veel persoonlijke aandacht. Een quarantaineverblijf voor daklozen kent wel wat aangepaste regels. Zo knijpen we een oogje dicht als het gaat om sigaretten en alcohol. Daklozen hebben vaak een verslavingsachtergrond. Het is niet gezond, maar als iemand echt die paar biertjes op een dag nodig heeft of af en toe een sigaretje wil roken, dan mag dat – in overleg met Jellinek. We doen alles om hun verblijf hier zo draaglijk mogelijk te maken. En bij die zeven cliënten is dat zeker gelukt. Stuk voor stuk verlieten ze De Stolpe gezond én tevreden. Sommigen vonden het zelfs jammer dat ze weer weg moesten.’

Bregitta (55): ‘Ik was hartstikke ziek toen ik naar De Stolpe kwam. Moe, benauwd, hoofdpijn. Ze hebben me er geweldig verzorgd. Ik had een mooie kamer, met een telefoon en een luie stoel. En elke dag kwamen ze me douchen en eten brengen. In het begin vond ik het ook wel moeilijk hoor, want ik moest steeds op de kamer blijven. Dan voelde ik me alleen en ging ik maar weer familie of kennissen bellen. Na drie weken mocht ik terug naar beschermd wonen, maar ik heb nog steeds contact met mijn verzorgers. Ik stuur ze appjes, of ik bel even. Ik kijk er met een heel goed gevoel op terug.’

Op stand-by

Inmiddels is de crisis afgezwakt en staan de quarantainekamers leeg. ‘Eigenlijk zou de quarantaineafdeling in juli sluiten, maar er kwam toch weer een cliënt met corona binnen. Heel juli blijven we stand-by staan. Daarna laten we alles staan, voor het geval er een opleving van het virus komt. In de tussentijd geven we met alle opgedane kennis voorlichting aan collega’s, en scherpen we de crisisdraaiboeken verder aan. Dan kunnen we zo weer van start als het nodig is. Ik hoop natuurlijk dat het virus niet weer oplaait, maar stiekem vond ik de afgelopen tijd ook heel bijzonder en zou ik het zo weer doen. De tevreden koppies van de herstelde patiënten vergeet ik nooit meer.’

Wil je meer weten over hoe Harro en het team de quarantaineafdeling hebben opgezet? Stuur een mail naar harro.koeleman@kwintes.nl. Hij vertelt je er graag meer over.