Overzicht

Onderzoek naar innovatie zorgaanbod voor jongvolwassenen

25 februari 2021

Volwassen worden is lastig voor álle jongeren, maar zeker voor jongeren met een psychiatrische aandoening. Met onderzoek wil Kwintes het zorgaanbod voor deze jongeren innoveren. Zodat ook zij zo goed mogelijk op eigen benen leren staan.

De was doen, een boodschap halen of koken – de meeste jongeren leren het door de jaren heen. Maar jongvolwassenen met een psychiatrische aandoening krijgen die vaardigheden veel lastiger onder de knie. Hun leven staat vooral in het teken van hun mentale welzijn. ‘Bij Kwintes is continuïteit van zorg in de overgang van jeugd- naar volwassenzorg een belangrijk aandachtspunt’, zegt Marieke Bruggemann-Kluvers die als GZ-psycholoog verbonden is aan drie Locuslocaties in Amersfoort. ‘Hoe kunnen we de zorg voor deze jongeren zó inrichten dat er in goede samenhang aandacht is voor alle domeinen die ertoe doen om betekenisvol en zelfstandig te leven?’

Beter ondersteunen

Continue en integrale zorg, waarbij GGZ, RIBW, gemeente, woningbouwcorporatie, opleidingen en werkgevers nauw samenwerken, vergroot de kans op zelfstandig wonen en leven. ‘Door dicht op het leven van de jongeren te zitten, zie je als behandelaar beter wat hun klachten zijn en kun je ermee aan de slag’, vervolgt Marieke die onderzoek doet naar innovatie van het zorgaanbod voor jongvolwassenen met psychiatrische aandoeningen. ‘Zo vergroot je de veerkracht en voorkom je stapeling van problemen, zoals uitval bij studie of werk en het opbouwen van schulden. Met een integraal team met begeleiding en diverse behandelmogelijkheden heb je zicht op het leven van een jongere en kun je beter ondersteunen.’

Herstel voorop

Tien jaar geleden ontwikkelde de branche vanuit de praktijk het integrale model Locus. ‘Dat moest een einde maken aan de verkokering’, vertelt Diana Roeg, programmaleider van het onderzoeksprogramma van Kwintes. ‘Iedereen vindt het herstel van jongvolwassenen met psychiatrische aandoeningen belangrijk. Ze zijn nog zo jong en hebben nog zoveel te doen in het leven. Daar hoort geen levenslange hospitalisering bij. Ze moeten midden in het leven, in de maatschappij staan.’

Maar het organiseren van integrale zorg is ingewikkeld, omdat er diverse beleidsterreinen en financieringsstromen bij betrokken zijn. Aan de ene kant loont het financieel: elke geïnvesteerde euro verdient zich drie keer terug. Maar door de veelheid aan partijen en financiers onder de Wmo, Jeugdwet, Zorgverzekeringswet en de Participatiewet liggen de kosten en baten niet bij dezelfde partij’, zegt Diana. ‘En er is een enorme administratie die soms bij ons ligt en soms zelfs rust op de schouders van de jongvolwassenen.’

Richting geven

Bij de innovatie van ons zorgaanbod voor jongvolwassen met psychiatrische aandoeningen draait het om hun behoeften. ‘We onderbouwen het integrale model  met onderzoek en kijken met veldexperts naar verschillende uitvoeringsvormen’, zegt Diana. ‘Zo bepalen we richting en kunnen we landelijk het gesprek aangaan over verbetering van het ggz-aanbod voor jongvolwassenen. We werken toe naar een model dat richting geeft aan een integraal aanbod voor alle RIBW’s en ggz-instellingen in Nederland die met deze jongvolwassenen werken. Hierin willen we de samenwerking in het veld ook stimuleren en ondersteunen.’

Aan het onderzoek, dat plaatsvindt in de Academische Werkplaats Geestdrift van Tranzo (Tilburg University), werken naast Marieke en Diana ook hoogleraren Jaap van Weeghel en Therese van Amelsvoort mee. Om tot breed inzetbare aanbevelingen en handvatten te komen, zijn zij vanuit kennisinstituut Phrenos en Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie aangesloten. Marieke: ‘Ook wisselen we ervaringen uit in het landelijke vernieuwingsproject Radicale vernieuwing in de langdurige GGz dat met steun van het ministerie van VWS tot stand is gekomen.’

Het grotere plaatje

Het onderzoek kreeg vorig jaar al de nodige aandacht. Marieke en medepromotor Diana publiceerden in vakblad Participatie en herstel, en Marieke sprak op het vijfde Jaarcongres Participatie en herstel De kracht van de aanpak is de verbinding tussen onderzoek en praktijk, aangejaagd door het onderzoeksprogramma van Kwintes. Diana: ‘De bevindingen van Marieke als onderzoeker vinden hun weg naar de praktijk. En haar ervaringen als GZ-psycholoog komen het onderzoek ten goede.’ Ook Marieke ziet de voordelen van die verschillende petten. ‘Al betekent het soms ook dat ik een van mijn rollen een stap terug moet doen – in het belang van het grotere plaatje.’