Overzicht

Pechmannen zijn de nieuwe daklozen

20 juni 2017

Nieuwe daklozen worden ze genoemd – of ‘pechmannen’. Het zijn daklozen die geen psychiatrische of verslavingsproblemen hebben, maar op straat zijn beland door schulden, ontslag, te weinig zzp-inkomsten of een scheiding. Andere oorzaken zijn bijvoorbeeld hoge woonlasten, het tekort aan betaalbare woningen en de verlaging van bijstandsuitkeringen voor samenwonenden. De pechmannen komen woensdag 21 juni aan bod in de Tweede Kamer, die debatteert over het schulden- en armoedebeleid. „Op het oog zijn nieuwe daklozen minder kwetsbaar dan ‘traditionele’ daklozen en vaak ook sneller te helpen”, zegt Judith Wolf, hoogleraar maatschappelijke zorg aan het Radboudumc, „maar dat betekent nog niet dat zij zichzelf kunnen redden.”

Precieze cijfers over de ‘nieuwe daklozen’ zijn er niet, maar het gaat om een forse groep. Het aantal geregistreerde daklozen steeg tijdens de crisisjaren 2009-2015 met bijna 75 procent, tot 31.000, en daalde vorig jaar licht, volgens CBS-cijfers. Ongeveer 60 procent heeft een „zorgprofiel”, de overige 40 procent is door „pech onderweg” op straat beland, schat Rina Beers van de brancheorganisatie Federatie Opvang. Als je de niet-geregistreerde daklozen meetelt, zijn er tienduizenden nieuwe daklozen, schat Beers.

Driekwart van de nieuwe daklozen in Amsterdam is man en ruim 80 procent heeft de Nederlandse nationaliteit, meldde het Trimbos Instituut in 2015 op basis van een lokale pilot. De adres-hoppers, zoals het Trimbos ze noemde, zijn jonger (gemiddeld 38 jaar), diverser als groep en meer gemotiveerd dan andere daklozen.

Snelle hulp is belangrijk voor hen, maar in de praktijk ontbreekt het daar vaak aan. Nieuwe daklozen krijgen vaak te horen dat ze hun problemen zelf moeten oplossen, of binnen hun netwerk. Of ze willen dat zelf.

Het landelijke tekort aan sociale huurwoningen belemmert snelle huisvesting. Bij de daklozenopvang worden ze regelmatig geweerd – door de bezuinigingen in de psychiatrie, het gevangeniswezen en de jeugdzorg zijn er minder opvangplekken, aldus het Leger des Heils. En als pechmannen wel een plek krijgen, zitten ze tussen ernstige probleemgevallen. In hun pogingen op te krabbelen lopen ze ook nog geregeld vast in bureaucratie en regels.

Zonder adres kun je niets

„Als je dakloos wordt, is het ontstellend moeilijk om je leven weer op te bouwen”, zegt hoogleraar Wolf. „Hoe langer het duurt, des te lastiger. Als je één ding niet geregeld krijgt, lukt het volgende vaak ook niet. Zonder uitkering is een woning vinden moeilijk. Een briefadres krijgen is lastig als daklozen geen regiobinding hebben of als hun omgeving beducht is hun post te ontvangen. Maar zonder adres kun je helemaal niets.

„Daklozen krijgen ook vaak boetes, voor wildplassen tot buiten slapen en omdat ze soms onverzekerd zijn”, zegt Wolf. „Door die boetes lopen hun schulden weer op en worden ze soms in hechtenis genomen.”

Beers: „In de eerste zes weken stappen zetten om perspectief te krijgen, dat is essentieel. Als de dakloosheid te lang duurt, zakt iemand steeds verder weg. Dan kan de situatie alsnog uitzichtloos worden, vooral als sprake is van alcoholmisbruik of depressiviteit.”

Steeds meer gemeenten zien de noodzaak preventieve hulp en woonvormen voor nieuwe daklozen te ontwikkelen, zegt Wolf. „We moeten voorkomen dat deze mensen, die zich in normale doen prima kunnen redden, klem raken tussen de raderen van instituties en tot de groep chronische daklozen gaan behoren.”

Lees hier verder een portret over drie ‘pech’ mannen waarvan de laatste, Frank Diehl, uiteindelijk via Kwintes woonruimte heeft gevonden in een oude brandweerkazerne

Bron: NRC, 20-06-2017, Anne-Martijn van der Kaaden en Eppo König