Overzicht

Sneller doorstromen naar een eigen plek

28 mei 2021

Zeven jaar. Zolang moeten Nederlanders gemiddeld wachten op een sociale huurwoning. Met uitschieters naar zeventien jaar. Ook de bewoners van onze locaties die toe zijn aan een eigen woning moeten langer wachten dan ooit. Gelukkig krijgen ze als kwetsbare doelgroep in veel gevallen voorrang, waardoor de wachttijden niet zó hoog oplopen. Maar ook als je voorrang krijgt, moet er wel een woning vrijkomen. Kwintes bestuurder Ineke van Hooff vertelt!

Hardnekkige stigma’s

Het tekort aan woningen raakt onze locaties in het hart. Mensen die klaar zijn om op zichzelf te wonen, kunnen niet door – en dat frustreert hun herstel. En ze houden onnodig een plekje bezet, terwijl zoveel meer mensen onze begeleiding op een van onze locaties hard nodig hebben.

Nu is een tekort aan woningen niet de enige reden waarom cliënten niet kunnen doorstromen naar een eigen huis. Door stigma’s in de samenleving zijn woningcorporaties soms huiverig om een kwetsbare doelgroep onderdak te bieden. Vooral mensen in de daklozenopvang of met een forensisch verleden kunnen daarom moeilijk aan een eigen plek komen. Terwijl corporaties er ook zijn om kwetsbare mensen toegang te geven tot betaalbare woningen. ‘Stel, dat ze de huur niet betalen’, wordt gedacht. ‘Of dat de buurt ze niet pruimt?’ In de praktijk zien we veel nieuwe huurders die juist zuinig zijn op hun woning; die willen ze voor geen goud meer kwijt. En als buurtbewoners goed worden geïnformeerd over hun nieuwe buren, slaat weerstand meestal snel om in acceptatie.

In actie

De woningnood, daar zijn we nog lang niet vanaf. Het grof geschut zal van de overheid moeten komen. Misschien kan een minister van Wonen helpen om al die woningen uit de grond te stampen. Maar doorstroom is ook een verantwoordelijkheid van Kwintes en onze partners. Daarom zoeken we actief naar oplossingen. Zo gaan we sinds een jaar in veel gemeentes waar we actief zijn aan tafel met woningcorporaties en de lokale wethouder om de problemen behapbaar te maken. Enerzijds vragen we aandacht voor welk percentage van de beschikbare huurwoningen voor kwetsbare mensen is, zodat ze in elk geval kans maken op een eigen huis. Anderzijds kunnen we – waar nodig – corporaties of gemeentes overtuigen dat onze cliënten goede huurders zijn. ‘Kijk, dit is Johan. Dit is zijn verhaal, hij zoekt een woning en met deze begeleiding kan hij prima zelfstandig wonen.’

Om woningcorporaties tegemoet te komen, gebruiken we een speciale omklapconstructie. Wij huren twee jaar van de corporatie en de cliënt huurt weer van ons. Zo is de corporatie zeker van huurinkomsten en zo nodig kunnen wij met de cliënt oefenen met huurdersvaardigheden. Nog een voordeel: de lijnen zijn kort, dus als er toch problemen ontstaan met huurachterstand of overlast kan een woningcorporatie of gemeente ons snel bereiken.

Nu doorzetten

Binnen een aantal gemeentes blijkt de samenwerking met wethouders en woningcorporaties al heel nuttig. Een mooi voorbeeld vind ik de Ambitieverklaring regio Zuid-Oost Utrecht, die we laatst ondertekenden. Samen met de gemeentes Bunnik, de Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist, de woningbouwverenigingen, andere aanbieders van beschermd wonen in de regio en de regionale sociale dienst. We helpen mensen uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen snel een passend thuis te vinden in de regio. Dit vraagt om twee dingen: dat er op tijd voldoende passende woonplekken zijn, en dat er bijtijds voldoende passende ondersteuning is in wijken en dorpen die de kracht hebben om cliënten te ontvangen.

Zulke samenwerkingen stemmen positief en geven heel veel energie om door te zetten. Helemaal als je ziet hoe blij een cliënt is als hij eindelijk de sleutel krijgt van zijn eigen woning. Laatst lukte het ons om een 18-jarige dakloze jongen binnen een week uit de noodopvang te krijgen. Gelukkig maar, want dat is echt geen ideale omgeving voor zo’n jong iemand. Nu werkt hij aan zijn toekomst vanuit de rust van zijn eigen huis. Dat vooruitzicht gun ik al onze cliënten.