Martijn Anker heeft sinds kort zijn eigen woonplek. ‘Ik vond dat ik er aan toe was om weer op mezelf te wonen – ik zat al zó lang in het zorgsysteem.’

‘Toen ik net beschermd woonde, dacht ik: ‘Hier wil ik nooit meer weg’. Het was een heel gewone eengezinswoning, ik had een kamer met balkon. Er was een huiskamer, een keuken, je kon met de trap naar boven – net als bij iedereen. Dat betekent dat er elke ochtend en avond begeleiders langskomen.

Na zeven jaar verhuisde ik naar een nieuwe plek, op de Rembrandtlaan. Ze noemden het ‘een stapje verder’: ik woonde eigenlijk op mezelf, maar dan binnen Kwintes. Ik had mijn eigen voordeur, eigen douche, eigen woonkamer – alles. Héérlijk vond ik dat. Ik denk dat ik eraan toe was.

Samen de boel doornemen

Walter werd mijn persoonlijk begeleider, ik sprak hem één uur in de week. Voor praktische zaken was er een woonbegeleider, ook voor één uur in de week. Verder niks. Walter en ik keken in mijn agenda, en bespraken wat ik die week ging doen, en wat ik de vorige week had gedaan. Dat was belangrijk voor mij, toen. Niet eens om die agenda zelf, maar het idee dat we de boel samen doornamen. Dat er overzicht in kwam.

Plaats maken voor anderen

Ik had er nooit over nagedacht dat er na de Rembrandtlaan nog een volgende stap zou zijn. Ik had het naar m’n zin, waarom zou ik daar weggaan? In het begin was ik het er totaal niet mee eens. Maar langzaamaan begon ik in te zien dat het goed was om verder te gaan. Ik ben al jaren actief in de Cliëntenraad, ik zag dus ook de ‘andere kant’: ik moest plaatsmaken voor anderen die mijn plek meer nodig hadden.

Mijn eigen stek

Bovendien vond ik dat ik nu wel goed genoeg was om zelfstandig te wonen – ik zat al zó lang in het zorgsysteem. Steeds vaker wanneer ik met Walter afsprak, spraken we over van alles en nog wat. Dat is een teken dat het goed met me gaat: we hoeven het niet meer per se over mij te hebben.

Nu heb ik mijn eigen stek. Dit huis is niet van Kwintes, ik huur het van de woningbouwvereniging. Ik heb het zelf ingericht: gordijnen, vloer, keuken. Toen ik mijn eerste huurcontract ondertekende, vond ik dat een symbolisch moment. Ik heb er een foto van gemaakt en op Facebook gezet. Ik besefte: dit huis is nu van mij.’