‘Soms ben ik best tevreden’

Agnes (47) uit Gouda heeft een verleden van ernstige psychiatrische problemen. In haar jongvolwassen jaren woonde ze de meeste tijd in een psychiatrische instelling. Lang leek het erop dat ze als chronisch psychiatrisch patiënt nooit in de samenleving zou kunnen functioneren. Met vallen en opstaan ging het uiteindelijk toch beter. Sinds drie maanden woont Agnes zelfstandig.

 

‘Mijn begeleiders zien aan me als het slechter met me gaat’

Wat heeft je geholpen om zover te komen?

Ik heb zeven jaar in beschermd wonen gezeten, je had een eigen appartement, maar er was in het gebouw 24 uur begeleiding aanwezig. Door de veranderde regels was het op een bepaald moment niet meer zeker of ik nog in aanmerking zou komen voor beschermd wonen. Daar had ik heel veel moeite mee, het ging juist weer een beetje goed met me. Uiteindelijk ben ik samen met mijn begeleiders gaan kijken of en hoe ik zelfstandig zou kunnen wonen.

Wat had je nodig om dat aan te durven?

Ik vond het belangrijk om in de buurt te blijven van de beschermde woonvorm waar ik eerst woonde, en dat ik genoeg begeleiding zou krijgen. De gemeente en alle zorginstellingen hadden een werkgroep opgezet over zelfstandig wonen: Gewoon Thuis. Daar ben ik in gegaan om aan te geven wat belangrijk is voor bewoners. Na verloop van tijd kwamen er appartementen beschikbaar, midden in de stad in het omgebouwde oude stadskantoor. Daar kreeg ik een woning. Ik ga elke dag
langs bij de begeleiding van beschermd wonen, een keer per week heb ik een gesprek met mijn persoonlijk begeleider en een keer in de week krijg ik woonbegeleiding. Ik ben ook nog in behandeling bij de GGZ. Ik ben snel moe, ga over mijn grenzen en dan kan ik terugvallen. Ik vind het zelf lastig om hulp te vragen, maar mijn begeleiders zien het aan me als het slechter gaat. Dan gaan we in gesprek over hoe ik eruit kan komen.

Wat gaat er goed nu?

Ik ben blij met het huis, het uitzicht op de Singels en op de oude kazerne is prachtig. Ik heb mooie rode gordijnen die ik altijd al heb willen hebben. Ik heb momenten dat ik best tevreden kan zijn met mijn leven. Een keer per week ga ik klaverjassen en ik doe mee aan activiteiten bij het beschermd wonen. Lange tijd heb ik gedacht dat ik de rest van mijn leven opgenomen zou blijven, nu heb ik een eigen plek. Ik doe zelf boodschappen, ga bij mijn moeder langs en laat de hondjes uit. Ik zoek
afleiding van mijn eigen gedachten, dat heb ik nodig.

Bron: Uitgave VNG, Beschermd wonen