Overzicht

Zeventig procent van de mensen met een psychische aandoening krijgt te maken met vooroordelen of discriminatie. Dit noemen we stigma en het zorgt voor schaamte. Ook kunnen mensen door het stigma vaak minder goed meedraaien in de maatschappij. Dat heeft grote gevolgen voor de mensen zelf en óók voor onze samenleving. Wij willen een wereld met gelijke kansen voor iedereen en maken ons sterk tegen stigma. Voor de campagne Lelystad Tegen Stigma spraken wij vier mensen die zelf hebben ervaren hoe het is om met een stigma te leven. Zij geven ons een kijkje in hun leven en uitdagingen. Je leest hier hun inspirerende verhalen.

“Op mijn veertiende kreeg ik de diagnose depressie”, aldus de 38-jarige Anika uit Lelystad. “Ik ontwikkelde op de middelbare school heftige faalangst en in de 6e klas van het vwo stortte ik in. Ik was depressiever dan ooit tevoren. Ik sneed in mijn lichaam, werd suïcidaal, kreeg last van stemmingswisselingen en woedeaanvallen. Bij mijn acute deeltijdbehandeling in Ermelo concludeerden ze dat ik één van de ergste vormen van borderline had. In de zomer van 2001 werd ik hiervoor 13 maanden intern opgenomen. In totaal heb ik 16 jaar van mijn leven verschillende soorten therapie gehad. Ja, het is zwaar om te leven met borderline, maar het brengt ook veel moois met zich mee. Ik zet mij nu in als vrijwilliger voor Stichting Borderline, ik ben ambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma en ik ben bezig met het schrijven van mijn autobiografie. Daarnaast geef ik lezingen over mijn leven met borderline, depressie en zelfbeschadiging.”

Achtergrond

De ouders van Anika scheidden toen zij negen jaar oud was. Ze heeft het totaal niet zien aankomen en haar leven verandert ingrijpend. Wanneer ze veertien is, krijgt ze de diagnose depressie en gaat ze in therapie. Op de havo is ze alleen maar aan het leren. “Als ik hoge cijfers haal, vinden mijn klasgenootjes mij wel leuk,” dacht Anika. Daardoor moet ze zich continu bewijzen. Deze bewijsdrang zet ze door op het vwo. Ze haalt in 5 vwo alleen maar achten en negens, maar eigenlijk was ze toen al de weg kwijt.

“Zonder mijn opname was ik waarschijnlijk nooit ouder dan achttien geworden.”

De behandelingen

In 6 vwo gaat het echt mis. Anika stort in bij de eerste toetsenweek en komt bij de crisisdienst van de RIAGG terecht omdat reguliere therapie niet meer afdoende is. Na haar vwo-examen, dat ze behaalt, wordt ze opgenomen. Anika: “13 maanden lang zat ik intern in een kliniek in Amersfoort voor mensen met een persoonlijkheidsstoornis. Ik kwam alleen in de weekenden thuis. Zonder deze opname was ik waarschijnlijk nooit ouder dan achttien geworden.” Haar vader en René, de man met wie ze sinds 2006 is getrouwd, hebben ervoor gezorgd dat ze in leven blijft.

Het vervolgtraject duurt een half jaar en daarna is ze weer terugverwezen naar haar woonplaats voor ambulante gesprekken. Dit zou allemaal netjes geregeld zijn, maar eenmaal terug in Lelystad blijkt dit door miscommunicatie niet het geval te zijn. Het gevolg is dat de automutilatie (zelfbeschadiging) weer terugkomt, net zoals de woedeaanvallen, de depressies en de stemmingswisselingen. Anika: “Na een paar maanden wachten kreeg ik alsnog de beloofde ambulante therapie met wekelijkse gesprekken. Uiteindelijk ben ik alles bij elkaar zo’n 16 jaar in behandeling geweest.”

Eind 2004 gaat het psychisch een klein beetje beter met Anika. Ze is in therapie en zet net een paar stapjes in de goede richting als haar moeder ernstig ziek wordt. Anika: “Ze was zo ziek dat ze op een gegeven moment in een verpleegtehuis werd opgenomen.” Het verlamt Anika totaal; ze staat letterlijk op de handrem. 7 jaar later overlijdt haar moeder aan de gevolgen van een agressieve vorm van MS. Haar omgeving is bang dat ze zichzelf iets aan gaat doen. Anika: “Mijn relatie met René stond onder druk en ik had continu last van woedeaanvallen en stemmingswisselingen. Ik was een wandelende tijdbom.” De deeltijdbehandeling in Emmeloord komt precies op het juiste moment. Ze krijgt daar alle tijd om te rouwen om haar moeder, maar wordt ook aangesproken op haar destructieve gedrag. Dat betekent dé ommekeer in haar therapieproces. Stukje bij beetje is ze in staat om haar trauma’s een plekje te geven en gezonder gedrag aan te leren.

“In Emmeloord werd ik aangesproken op mijn destructieve gedrag. Toen kwam de ommekeer.”

Vooruitgang

Sinds 2016 heeft Anika genoeg aan haar ‘onderhoudstherapie’, bij een praktijkondersteuner. Hier gaat ze één keer in de maand naar toe. Gewoon om haar vizier helder te hebben. Anika: “Mijn praktijkondersteuner kent mij inmiddels door en door en weet binnen een paar zinnen wat er aan de hand is. Mijn relatie met René is nog nooit zo steady geweest en ik heb nu een hechte band met mijn vader en zusje.” Tezamen met haar vrij hoge dosis antidepressiva kan ze nu goed functioneren. Haar stemmingen schommelen nog steeds, maar ze beschadigt zichzelf nauwelijks nog. Anika: “Ik ben niet meer suïcidaal, een stuk evenwichtiger en kan er goed over praten. En als het nodig is laat ik me ook aanspreken, dus er is veel veranderd.”

Passie

Anika haar passie is schrijven. Op de lagere en middelbare school schrijft ze al veel voor de schoolkrant. Daarna volgt het schrijven voor de jongerenpagina van de FlevoPost en heeft ze haar eigen column in het tijdschrift ‘Mijn Geheim’. Sinds 2015 is ze verantwoordelijk voor de redactie van de Nieuwsbrief van Stichting Borderline en mag ze zich sinds vorig jaar ambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma noemen. Anika: “De afgelopen jaren ben ik bezig met mijn allergrootste uitdaging, het schrijven van mijn autobiografie. Met mijn boek wil ik het verschil maken voor lotgenoten, net als met de lezingen die ik geef. Ik wil laten zien dat het leven niet alleen maar kommer en kwel is en dat je met een persoonlijkheidsstoornis wel degelijk gelukkig kunt zijn. Borderline kan zo verschrikkelijk zijn, maar de mooie momenten zijn zo intens en doorleefd, die zou ik niet willen missen. Het is en blijft elke dag keihard werken. Maar met de juiste mensen om me heen én therapie kom ik een heel eind.” Anika ervaart nu emoties die andere mensen zonder etiket ook hebben: “Ik moet alleen nog leren dat ik niet bang hoef te zijn dat alles wat ik voel een terugval is”.

“Met mijn boek wil ik het verschil maken voor lotgenoten.”

Haar wens voor de toekomst?

Anika’s grootste wens is om zich te blijven ontwikkelen zoals ze nu doet. Samen met haar boek wil ze haar lezingen voortzetten. Het feit dat ze nu regelmatig voor 30 tot 100 mensen, met haar faalangst en perfectionisme, haar verhaal staat te vertellen zegt genoeg. Anika: “Mijn wil om mijn verhaal te delen, is groter dan de angst om te falen.”