Overzicht

Zeventig procent van de mensen met een psychische aandoening krijgt te maken met vooroordelen of discriminatie. Dit noemen we stigma en het zorgt voor schaamte. Ook kunnen mensen door het stigma vaak minder goed meedraaien in de maatschappij. Dat heeft grote gevolgen voor de mensen zelf en óók voor onze samenleving. Wij willen een wereld met gelijke kansen voor iedereen en maken ons sterk tegen stigma. Voor de campagne Lelystad Tegen Stigma spraken wij vier mensen die zelf hebben ervaren hoe het is om met een stigma te leven. Zij geven ons een kijkje in hun leven en uitdagingen. Je leest hier hun inspirerende verhalen.

Quentin is 19 jaar en heeft ADHD, een licht verstandelijke beperking (LVB) en autisme. Daarnaast heeft hij Posttraumatische Stress-stoornis (PTSS) overgehouden aan jeugdtrauma’s waarover hij liever niet praat. 2 jaar geleden is hij bij zijn huidige pleegouders komen wonen. Zijn vrienden zoals hij ze zelf ziet. “Ik ken ze al heel lang. Het is mijn tweede familie waar ik altijd op gehoopt heb”.

Een thuis

De start van Quentins leven is niet makkelijk. Op vrij jonge leeftijd wordt Quentin uit huis geplaatst en komt hij op een woongroep te wonen. Na een tijdje verhuist hij naar een pleeggezin. Nadat hij in de vakantie een paar weken op de zorgboerderij is, is bij terugkomst zijn pleegmoeder verdwenen. “Ze was opeens weg. Verhuisd zonder het te laten weten.” Zijn huidige pleegmoeder werkt op de zorgboerderij waar Quentin al sinds zijn 6e komt. Samen met haar man vangen zij de jongen op en geven hem een echt thuis.

Werk

Doordeweeks werkt Quentin bij Concern voor Werk [red. sociale werkvoorziening]. Quentin heeft een vast contract. Hij is begonnen aan de lopende band en wil graag doorgroeien in het werk. “Het is werk voor mensen met een beperking. Ik ben nu aan het leren voor voorman: dingen klaarzetten, voor mensen invallen en orders afschrijven.”

Traumabeelden

In zijn dagelijkse leven ondervindt Quentin de nodige uitdagingen door zijn PTSS. “Ik heb last van beelden. Op het werk bijvoorbeeld of als ik in bed lig. De traumabeelden komen in mijn dromen of nachtmerries. Ik schrik wakker en kijk meteen om me heen of ik veilig ben.” Hij heeft verschillende therapieën gedaan waaronder de traumatherapie EMDR die hem hebben geholpen. “Ik heb ermee leren leven.” Na een slechte nacht is Quentin moe en meer teruggetrokken. “Ik probeer me er niet door te laten beïnvloeden. Ik heb hier hulp bij nodig van mijn pleegouders. Zij houden me op de been.”

“Ik schrik wakker en kijk meteen om me heen of ik veilig ben”

Omgaan met teleurstellingen

“Ik heb heel veel geleerd van mijn pleegouders.” vertelt Quentin. “Respect hebben voor mensen en ze helpen mij omgaan met teleurstellingen. Als kind moest ik elke keer naar de rechtbank over de uithuisplaatsing. Als je als kind van 10 jaar telkens te horen krijgt: ‘je kan nog niet thuis wonen’, dan werd ik daar best wel emotioneel en verdrietig van. Mijn pleegouders leerden mij: ‘bereid je voor op het ergste dan is dat wat goed gaat alleen nog maar leuker.” Ook helpen zijn pleegouders Quentin met het maken van vrienden. “Ik heb een slechte vriendenkring gehad en heb geen zin meer om met verkeerde mensen in aanraking te komen. Mijn pleegouders helpen om te kijken wie goede vrienden zijn. Zij beschermen mij. Ik kan dat zelf niet altijd goed inschatten.”

Vooroordelen

“Mensen denken dat ik meer uitleg nodig heb en ik heb vaak het gevoel dat ik niet begrepen word. Ik vind het lastig als mensen constant dingen voor me willen doen en me willen helpen. Ik word niet snel boos, maar ben dan wel feller en klink botter. Stel je maar voor dat mensen je steeds niet begrijpen. Ik heb gewoon een luisterend oor nodig.” Quentin merkt vaker dat mensen vooroordelen hebben over hem. “Ik heb vaak het gevoel dat mensen achter mijn rug om praten. Die Quentin is wel een drukke jongen en altijd zo luidruchtig.” Quentin vindt dat heel vervelend en ziet zijn vele energie als voordeel. “Ik ben altijd degene die de volle 100% geeft. Veel jongeren hebben geen werk. Ik probeer wat te maken van mijn leven en altijd plezier en lol te maken. Chagrijnig zijn, daar heb je niks aan.”

“Stel je maar voor dat mensen je steeds niet begrijpen”

Niet lekker in mijn vel

“Ik kan ook wel negatief zijn als ik niet lekker in mijn vel zit, slecht heb geslapen of als er iets speelt in de familie. 9 van de 10 keer kan ik daar met mijn pleegouders goed over praten.” Quentin heeft veel steun aan zijn pleegouders en krijgt ook begeleiding van een therapeut. Met haar praat hij over hoe het gaat en zij geeft hem advies hoe hij met uitdagingen om kan gaan. “Super fijn en ik heb er veel baat bij.”

Prikkels

Tegen de mensen met een vooroordeel zou Quentin willen zeggen: “Probeer eens een dagje in mijn schoenen te staan en met alle prikkels om te gaan. Als er 1 ding valt, kijk ik al om.” Omdat Quentins hersenen prikkels niet goed kunnen filteren, is concentreren voor hem moeilijk. Hij heeft echter geleerd zich af te sluiten. “Afsluiten lukt door doen alsof de prikkels er niet zijn en doorknallen. Dat is lastig, maar ik doe het wel.” Voor zijn ADHD gebruikt hij vanaf zijn 6e het medicijn Concerta. “Ik ben hieraan gewend en het helpt om de prikkels te verminderen. Als ik ze in het weekend een keer vergeet merk ik gelijk dat de prikkels teveel worden.”

“Probeer eens een dagje in mijn schoenen te staan en met alle prikkels om te gaan.”

Doorgeven wat ik heb gekregen

Quentin is een gemotiveerde jongen en heeft doelen voor zijn leven. “Ik wil graag een eigen huis, een hogere functie en een beter betaalde baan, een leuke vriendin en een auto.” Bij zijn pleegouders leert hij zich daarop voor te bereiden. Hij vertelt zijn dromen vol zelfvertrouwen. “Ik weet zeker dat het me gaat lukken.” Met het vertellen van zijn verhaal wil Quentin andere jongeren helpen. “Jongeren met een beperking voelen zich vaak niet begrepen. Ik heb in hun schoenen gestaan.” Later wil Quentin graag zelf een pleeggezin om jongeren te helpen. “Ik wil doorgeven wat ik heb gekregen.”