Overzicht

‘Eigenlijk kwam ik nooit meer buiten,’ vertelt Wouter. ‘Ik zat veel achter mijn computer, rookte wat sigaretten. Het grootste deel van de dag was ik aan het gamen. Dat vond ik wel prima.’ Wouter had eerder wel gewerkt, maar zit sinds een brommerongeluk thuis. Hij hoorde dat hij recht had op begeleiding, zelf had hij daar niet om gevraagd.

Vertrouwen opbouwen

De eerste keren dat Bianca bij hem thuis kwam, dronken ze samen een kop thee. Bianca vroeg hem naar zijn leven en Wouter vertelde over wat hem bezig hield. Bianca merkte op dat er veel post op de kast van Wouter lag. Die besloten ze samen open te maken. Formulieren voor het terug vragen van een eigen bijdrage vulden ze samen in. ‘Bianca stelde vragen over mijn leven. Tegelijkertijd vertelde ze over zichzelf. Ik leerde haar beter kennen en vertrouwde haar steeds meer.’

Vragen stellen aan onbekenden

Bianca merkte dat Wouter het lastig vindt om te praten met onbekende mensen. ‘Ik ben streng opgevoed. Thuis moest ik vooral mijn mond dicht houden. Zorgen dat ik niemand tot last was,’ vertelt Wouter. Die overtuiging werd bij Wouter steeds sterker. Daardoor durft hij zijn huis bijna niet meer uit. Dan krijgt hij hartkloppingen en breekt het zweet hem uit. ‘Maar therapie, dat wil ik niet. Straks sluiten ze je op, zoals dat ook bij mijn oma gebeurde. Gelukkig verplicht Bianca mij niet om in behandeling te gaan. Zij luistert en respecteert mijn verhaal.’

Aansluiten bij de vraag van Wouter

Bianca geeft Wouter steeds een beetje informatie over wat een gezonde leefstijl en behandeling voor hem kan doen. In haar begeleiding sluit zij aan bij de vraag van Wouter. ‘Ik laat hem zien wat ik rapporteer,’ vertelt Bianca, ‘en ik neem hem mee naar buiten om samen te wandelen. Soms gaan we naar de supermarkt om koffie te halen. Dan hoeft Wouter niets te zeggen, als hij dat niet wil. Ik laat hem zien dat hij toch ruimte mag innemen in de maatschappij.’

Kijken naar wat iemand werkelijk wil

Ambulant begeleiders van Kwintes helpen mensen met trauma’s, een verslaving of angst om naar buiten te gaan. ‘Wij kijken naar de persoon tegenover ons,’ vertelt Bianca. ‘We luisteren naar wat iemand werkelijk wil. Wij werken vanuit vertrouwen en gebruiken ons eigen ervaringskennis. Die wensen komen vaak niet overeen met wat de maatschappij nodig vindt. Wij helpen zonder iemand op te leggen. Daarmee vormen wij de brug tussen wat moet van anderen en de wereld van de mensen die wij begeleiden.’