Weblog – Aannames

Door Yosta

Een jaar of zeven geleden draaide ik een dienst op de beschermde woonvorm. Het was weekend en ik was de enige aanwezige begeleider. Ik was druk met heen en weer rennen, dat leek toendertijd een trend bij ons op de locatie. Hoe harder en sneller, hoe beter. Goed werk leveren en druk doen is iets wat men nog weleens aan elkaar koppelt. In werkelijkheid zorgt die drukte juist vaak voor een bepaalde kokervisie, waardoor je sneller slordige fouten maakt. Je bent er met je hoofd gewoon minder bij.

Fanatieke begeleiders zouden zeggen dat je met al dat druk doen niet present bent. Dat je andere dingen belangrijker vindt en niet aansluit bij degenen ‘waar het allemaal om draait’. Laat ik nou zo’n fanatiekeling zijn. Dacht ik.

Ook deze dienst was ik druk aan het rennen. Er werd aangebeld, ik stormde naar de voordeur. Voor mij stond een man in driedelig pak. Hij zag er Marokkaans uit, zijn aanblik deed een belletje rinkelen. Hij vroeg naar zijn broer en noemde een naam. ‘Ik ga hem voor je halen,’ zei ik zonder goed te luisteren en vloog de trap op alsof ik zojuist een commando had gekregen. Ik ramde op de deur van een Marokkaans-Nederlandse bewoner en wist zo’n indruk te maken met mijn verhaal dat hij met me mee naar beneden liep. Buiten adem duwde ik de bewoner naar de voordeur. ‘Nou, hier is hij dan,’ zei ik.

Het volgende moment herinner ik mij nog als de dag van gisteren. De lege blik in de ogen van de bewoner bij het zien van deze zogenaamde broer. De totale verbijstering op het gezicht van de man aan de deur. De kortsluiting die daarop volgde in mijn hoofd. Een ongemakkelijke stilte volgde.

Deze bewoner was dus niet de broer van de man in pak tegenover hem. Ik bleek een willekeurige Marokkaanse bewoner te hebben meegesleurd. Omdat de man in driedelig pak een Marokkaans uiterlijk had en zei dat hij zijn broer zocht. In een klap werd het mij duidelijk dat ik niet zo openminded was als dat ik wilde zijn en al helemáál niet vrij van een hokjesgeest. Ik besefte me dat ik niet goed had opgelet, doordat ik druk was met druk doen. Daaruit bleek dus als ook als klap op de vuurpijl dat ik helemaal niet zo present was zoals ik volgens het profiel van de ‘Kwintesmedewerker 2.0’ zou moeten zijn. Je begrijpt: ik was in een existentiële crisis beland.

De man aan de deur barstte in lachen uit. De bewoner in kwestie stoof weer naar binnen. Ik liep rood aan en stamelde excuses. Een stuk minder energiek liep ik weg om de echte broer van deze meneer gaan zoeken. Dit moment is mij altijd bij gebleven. Je kunt nog zo’n fijn, tolerant en herstelgericht beeld van jezelf als sociaal werker hebben, als het erop aankomt zijn we allemaal af en toe horken. We stigmatiseren, maken ons schuldig aan aannames of doen ronduit domme dingen.

Waarom de bewoner die ik impulsief naar de voordeur had meegesleept dit zo gemakkelijk liet gebeuren, weet ik nog steeds niet. Ik vind het een ongemakkelijke vraag. Ik bedoel: hij heeft helemaal geen broer!

Zou het zijn geweest omdat ik de begeleider ben en hij besloten heeft dat hij beter gewoon kan doen wat de begeleider zegt? In een negatieve bui zou je dit uit kunnen leggen als apathisch, gehospitaliseerd gedrag. Of heeft hij gedacht dat ik wel een goede reden zou hebben om hem vanuit zijn kamer op te halen met een verhaal over zijn broer (waarbij ik niet genoeg kan benadrukken dat hij die niet heeft). Je kunt het ook uitleggen als een heilig vertrouwen in de begeleiding. Dat hij dacht: ‘Ik dacht geen broer te hebben, maar het kan vast geen kwaad om dit even te checken. Wellicht vergis ik me.’

Misschien zou de man aan de deur het niet door hebben en konden ze samen broerdingen doen. Zoals waterpijp roken en baklava eten. Want dat doen Marokkanen, toch?

 

Wil jij ook bij Kwintes werken?

Bekijk hier onze vacatures