Het verhaal van Nelleke

Nelleke werkt sinds januari 2018 op Kwinteslocatie De Windehof in Bilthoven als persoonlijk begeleider en autismedeskundige.

Ze vertelt hoe ze op deze locatie terecht is gekomen en hoe ze haar positie als autismedeskundige ziet.

“Mijn gebiedsmanager wees mij op deze vacature. Zij zei dat ze hier nog wel een autisme specialist kon gebruiken. Ik heb veel ervaring in het begeleiden van mensen met ASS (Autisme Spectrum Stoornis) en ik heb de opleiding POST HBO Autisme gedaan, maar ik vind ‘autisme specialist’ zo zwaar klinken. Ik heb 14 jaar op Emerhese gewerkt; dat is een afdeling voor normaal/ hoog begaafde mensen met ASS binnen GGZ Centraal, op Zon en Schild. En als je daarbuiten komt, merk je wel dat je best een uitzondering bent in de kennis die je hebt. Dus ik snap wel dat ze geneigd was mij autismespecialist te noemen, maar er worden daarmee ook hoge verwachtingen neergelegd met dat woord specialist of expert. Ik doe het werk niet alleen; ik werk hier heel veel samen met de woonbegeleiders en hun extra kennis en ervaring heb ik hard nodig. Ik mag mezelf niet eens Autismespecialist noemen, ik ben Autismedeskundige, omdat ik de opleiding niet twee, maar één jaar heb gedaan.”


Theorie als basis voor de praktijk
Nelleke probeert de grote lijnen voor het werk uit te zetten en om het methodisch werken binnen het team te verbeteren.

“In de zomer ben ik begonnen de theorie op papier te zetten en dat breng ik in op de vergaderdagen. Dan bespreken we wat je uit de theorie terugziet bij de bewoners in de praktijk om die link beter zichtbaar te maken.”

“Een voorbeeld is dat we executieve functies van de bewoner bespreken. Executieve functies is het vermogen om te plannen en te organiseren en daadwerkelijk in praktijk te brengen wat je gepland hebt. Iemand met ASS kan bijvoorbeeld hele grote plannen hebben en vertellen hoe dat er uit moet gaan zien, maar vervolgens niet overgaan tot actie. Als je dit weet over een bewoner, begrijp je beter waarom een taak niet uitgevoerd wordt en waarom de bewoner jou als begeleider nodig heeft om te starten, bezig te blijven en het goed af te ronden.”

“Soms helpt het dat jij vast begint met bijvoorbeeld de afwas, als een bewoner aangeeft zich niet goed te voelen. Daarmee creëer je vertrouwen en laat je die persoon zien ‘ik neem het serieus dat jij je niet goed voelt, maar ik vind het wel belangrijk dat het gebeurt, dus nu neem ik het dit keer even over’. Als je dan begonnen bent, kun je de bewoner een laagdrempelige taak geven, zodat je samen bezig bent. In de praktijk ben je dan uiteindelijk bijna nooit alleen bezig; de bewoner gaat vaak meewerken als jij eenmaal begonnen bent. Je beweegt mee met de bewoner met wat hij/zij op dat moment aankan en tegelijkertijd stel je duidelijke kaders. Als je het vertrouwen opgebouwd hebt, kun je mooie stappen zetten in het stimuleren van de bewoner om samen taken op te pakken, die diegene lastig vindt alleen. Je kunt dan afspraken maken waar de bewoner zelf ook achter staat. Het doel is dat de bewoner groeit in zelfredzaamheid en in zelfvertrouwen en het steeds vaker lukt om iets alleen op te pakken.”

“Door het bespreken van de theorie en de link te leggen naar de praktijk, hoop ik dat woonbegeleiders beter gaan begrijpen waarom een bepaalde aanpak kan helpen en dat ze gemotiveerd zijn die autisme vriendelijke begeleiding aan te bieden.”

“Bovendien hebben we een heel goed team waarbinnen ook veel vertrouwen is. Er is ruimte en aandacht voor groei. We doen samen cursussen en zijn ermee bezig om de werkwijze te verbeteren.”


Wat krijg je ervoor terug?
“De groei in zelfredzaamheid is bij een deel van de groep van (normaal/hoog begaafde) mensen met ASS een lang proces, doordat een heel aantal mensen vermijdend gedrag vertonen. Er zijn (normaal/hoogbegaafde) mensen met ASS die voor 100% op hun doel afgaan en er alles voor opzij zetten en daarmee vaak ook over hun eigen grenzen gaan. Deze mensen worden vaak overschat door hun omgeving en kunnen op den duur tegen een muur aan lopen van hun eigen kunnen. Daarnaast zijn er mensen met ASS, wiens coping juist ‘vermijden’ is, als reactie op de vele nare ervaringen die ze hebben opgedaan in het verleden; zij blijven veel binnen zitten om nare ervaringen te voorkomen. De wereld is vaak voor mensen met ASS chaotisch en lastig te begrijpen, waardoor ze trauma’s opgelopen hebben. In het begeleiden van die mensen heb je veel geduld nodig en moet je een lange adem hebben om het vertrouwen te winnen.”

“Wat je ervoor terugkrijgt zit in hele kleine stapjes. Eigenlijk vind ik dat grote dingen, maar die kan je heel klein vinden. Dat iemand het toch voor elkaar krijgt om een dagbesteding te bedenken en daar dan zelf naartoe gaat voor een gesprek en er mee begint. Of iemand laat de woonzorgmedewerkster toe om wekelijks samen te gaan koken. Dat zie ik dan als grote stap, terwijl anderen het idee kunnen hebben dat er niet zo veel gebeurt bij die bewoner.”

 

Ambulante begeleidingLocaties voor Ambulante begeleiding