Weblog – Het eten van haar moeder

Door Maria Ballast-Tatarian

Op een locatie van Kwintes in Amersfoort werd een kamer ingericht om mensen de mogelijkheid te bieden voor een kortdurend verblijf. Dit was voor mensen die soms de weg kwijt zijn en in een verwarde toestand nergens terecht kunnen. Ook verwelkomden wij mensen die nog geen beschikking hadden van de gemeente of wanneer er een gebrek was aan opnameplekken in een GGZ-instelling. Mijn collega’s en ik waren blij dat wij een mogelijkheid konden bieden aan diegenen die dit het hardste nodig hebben.

Op een avond liep er een jonge meid van ongeveer 20 jaar bij onze locatie binnen. Ze was niet in staat om met de begeleiding te praten en zich voor te stellen. Op basis van haar uiterlijk schatte ik in dat ze een Arabische afkomst had. Ze heette Noura, een naam die goed bij haar leek te passen. Meer communicatie was niet mogelijk. ‘Oké, Maria,’ sprak ik mijzelf die avond toe, ‘morgen is er weer een dag. Vandaag is Noura overstuur, maar morgen probeer ik weer contact met haar te maken. Om iets meer over haar te weten te komen.’

Ik werk nu zo’n 10 jaar binnen Kwintes. Wat ik van al die jaren heb geleerd, is dat het soms beter is om met een open blik en zonder dossierkennis met een bewoner in gesprek te gaan. Op die momenten vraag ik alleen naar de noodzakelijke informatie over een nieuwe cliënt. Die dag had ik een avonddienst. Ik liep de woonkamer binnen en zag Noura op de bank zitten. Ze weigerde mij hand te geven en gedroeg zich zelfs wat agressief naar mij toe. ‘Ik praat niet meer met de begeleiders, mevrouw,’ riep ze. Even keek ik haar aan. ‘Mijn naam is Maria,’ zei ik toen. Noura leek niet onder de indruk en ging door met haar geklaag. ‘Ik geloof de begeleiding niet meer. Ze beloven van alles en nog wat, maar eigenlijk doen ze niets.’ Ik ging naast haar zitten en vroeg naar haar verhaal.

Noura was emotioneel en vertelde dat zij, als een onhandelbaar kind, vanaf dat zij 10 jaar was telkens van jeugdinstelling naar pleeggezin was verplaatst. Haar familie had ze sindsdien niet meer gezien of gesproken. Midden in haar verhaal is ze even stil. Ze verzamelt al haar kracht en vertelt verder. ‘Ik mis ze, maar wat kan ik eraan doen? Ze willen mij niet hebben. Anders hadden ze mij toch thuisgehouden? Zo hoort het bij onze cultuur,’ voegde ze eraan toe. Ik luisterde zwijgend en realiseerde me dat haar woorden mij, als moeder van jonge kinderen, pijn deden.

Ik draai relatief veel avonddiensten, waar een gezamenlijke avondmaaltijd een onderdeel van is. Al snel kwamen de kant-en-klaar gerechten mijn strot uit. Iedere avond Chicken Tonight, macaroni uit een zakje of soep uit een blik. Ik als hobby-kok stelde daarom voor aan de bewoners om samen met hen gezond en gevarieerd te gaan koken. Het liefst maken we gerechten van de wereldkeuken, maar dan niet een uit een pakje van Knorr.

Na een paar dagen liep Noura ineens de keuken in. Kaarsrecht stond zij tegenover mij. Ik was op dat moment samen met een medebewoner Marokkaans aan het koken, met de bijbehorende sterke kruiden. De geur van het eten was zeker een paar straten verder nog te ruiken. ‘Mevrouw, het eten ruikt naar mijn moeder,’ zei Noura, ‘Ik heb haar eten zo verschrikkelijk gemist.’ Ik voelde meteen een brok in mijn keel. Ik pakte een bord voor haar en schepte die extra vol. Ik keek naar haar, terwijl zij in alle stilte van het eten genoot. Woorden waren overbodig.

Wil jij ook bij Kwintes werken?

Bekijk hier onze vacatures