Weblog – Niets is wat het lijkt

Door Yosta

Wanneer GGZ-cliënten zogenoemd ‘gedesoriënteerd in tijd en plaats’ zijn ontstaan er soms nieuwe, verfrissende situaties. Als niet ggz-bewoner kunnen die situaties je met een nieuwe blik naar iets laten kijken. Of behoorlijk in verwarring brengen.

Zo stond ik een keer in de medicijnkamer toen een van de bewoners met verward haar en een vermoeid gezicht binnen kwam sloffen. ‘Graag met terugwerkende kracht een Lorazepam, ik heb vannacht niet goed geslapen,’ mompelde hij achteloos. Hij stond al bij de medicijnkast, ik had de sleutel al in mijn handen. Pas op dat moment besefte ik me wat hij had gezegd. Toen dit tot me doordrong begon ik te lachen, de bewoner lachte met me mee. Tot op de dag van vandaag weet ik niet of hij sociaal wenselijk meelachte, of dat hij zich besefte wat hij had gezegd. Ik vond het zo goed bedacht (en, toegegeven, wil niet de baas zijn over zijn medicatie) en overhandigde hem daarom lachend de Lorazepam.

Een ander voorbeeld is van toen ik net was begonnen aan mijn nieuwe baan als woonbegeleider op de beschermde woonvorm. Ik was blij, opgetogen en net 20 jaar. Tijdens één van de eerste diensten die ik alleen draaide riep een bewoner me toe dat ik mooie borsten had. Zijn blik was dreigend en hij schreeuwde, alsof hij me zojuist met de dood had bedreigd. Maar dit deed hij niet. Er werd mij een compliment gegeven over een lichaamsdeel, door iemand waarvan ik deze niet had willen ontvangen. De non-verbale communicatie maakte daarnaast duidelijk dat het ging om intimidatie en niet om een onhandig compliment. Hoewel ik wist dat deze bewoner dit in een andere gemoedstoestand niet zou zeggen, voelde ik me geïntimideerd. Medebewoners die op dat moment aanwezig waren reageerden ontstelt en namen het voor me op. Ze werden kwaad op hem, zeiden dat ze hem voor zijn bek zouden slaan. Toen mijn collega hoorde wat er was gebeurd heeft zij de bewonder hier flink op aan gesproken.

De volgende dienst kwam hij schoorvoetend naar mij toe. Hij durfde mij bijna niet aan te kijken. ‘Sorry,’ zei hij, ‘dat ik dat tegen je zei. Dat van je borsten.’ Hij keek met een vriendelijke blik naar me op. ‘Maar ik meende het wel hoor,’ voegde hij er blij aan toe. Ik voelde me ontroerd en onthutst tegelijkertijd. Wat meende hij precies? Dat hij sorry zei, of dat van mijn mooie borsten? Of meende hij dat hij het niet zo bedoelde? Ik heb er nooit een antwoord op gekregen. Wel weet ik dat ik in de acht jaren die volgden een goede, stevige band met hem heb opgebouwd. Ik voelde mij nooit meer geïntimideerd door hem, ongeacht wat hij allemaal naar mijn hoofd slingerde.

Werken in de GGZ. Niets is wat het lijkt.

Wil jij ook bij Kwintes werken?

Bekijk hier onze vacatures