De Vluchtheuvel: al 50 jaar een warm toevluchtsoord voor dak- en thuislozen
In 1976 opende maatschappelijke opvang de Vluchtheuvel zijn deuren in Hilversum. Sindsdien is de wereld rondom de opvang flink veranderd. De zorg professionaliseerde, de samenleving werd complexer en woonruimte steeds schaarser. De Vluchtheuvel bewoog mee met deze veranderingen, maar bleef al die tijd een warme plek met veel betekenis voor bewoners en medewerkers.
De Vluchtheuvel begon vijftig jaar geleden als zelfstandige crisisopvang, opgericht door een onafhankelijke stichting. Later werd de Vluchtheuvel onderdeel van Kwintes. Samen met daklozenopvang de Cocon en jongerenopvang FastForward, vormen ze tegenwoordig de gehele maatschappelijke opvang van Kwintes in Hilversum. Bij de Vluchtheuvel komen mensen en gezinnen die dak- en thuisloos zijn geraakt en ondersteuning nodig hebben om weer grip te krijgen op het leven. De Vluchtheuvel biedt een veilige en stabiele basis voor jong en oud. ‘Hier komen mensen van alle leeftijden, met verschillende achtergronden en verhalen’, vertelt coördinerend begeleider Ingrid van Geffen.
Waar de Vluchtheuvel zich in de beginjaren vooral richtte op het groepsproces, is dat tegenwoordig juist het individuele herstelproces. Iris Dorland, administratief medewerker van de maatschappelijke opvang Kwintes Hilversum, legt uit: ‘Toen de Vluchtheuvel begon als kleine instelling, lag de focus op groepsbegeleiding waar jong en oud voornamelijk van elkaar leerden. Nu staat juist het eigen herstel met individuele begeleiding centraal.’ Harro Koeleman, zorgmanager van de maatschappelijke opvang Kwintes Hilversum, vult aan: ‘Er zijn binnen de Vluchtheuvel zestien plekken. Iedereen heeft een eigen kamer, eigen sanitair en er zijn ook voorzieningen voor gezinnen.’
Een warme plek voor bewoners
Voor bewoners is de start bij de Vluchtheuvel vaak best spannend. Abby woont er sinds april vorig jaar. ‘De term maatschappelijke opvang schrok me af’, vertelt ze. ‘Maar ik werd hier heel open en warm ontvangen, door de begeleiding en door de andere bewoners.’ De duidelijke huisregels voelden in het begin streng, maar geven haar nu vooral rust en veiligheid. Abby kijkt samen met de begeleiding naar wat zij nodig heeft en is inmiddels, met ondersteuning, op zoek naar een eigen woonplek. Wat voor haar veel betekent, is de onderlinge sfeer tussen bewoners. ‘Je gaat hier toch samen door iets heen.’ Daarom probeert ze nieuwe bewoners zelf ook welkom te heten. Abby: ‘Soms kan een glimlach of een hand al genoeg zijn.’
Een hecht team
Ook medewerkers vinden de vluchtheuvel een bijzondere plek. De menselijkheid, stabiliteit en professionele aanpak staan centraal. Harro, die zelf ooit begon als stagiair op de Vluchtheuvel beaamt dit. ‘Toen ik hier stage liep, was het al een warme en toegankelijke plek, en tegelijk ook heel professioneel. Die sfeer is altijd gebleven. Het is een cultuur die wordt doorgegeven.’ Dat gevoel deelt Guido ook, die al sinds 1996 als wakende wacht de rust en veiligheid bewaart in de opvang. Hij is er voor bewoners wanneer de rest van de stad slaapt: ‘Ik zit hier goed. Het teamgevoel speelt daarin een grote rol. Er is onderling vertrouwen en veiligheid. Dat voel je en merken onze bewoners ook.’
Goede samenwerking
Volgens Harro werkt juist die fijne sfeer ook door naar buiten. ‘Door duidelijk te zijn, afspraken na te komen en in gesprek te blijven met de omgeving, groeide in de loop der jaren het vertrouwen in de buurt. Dat helpt om onze bewoners niet te zien als probleem, maar als mensen die tijdelijk ondersteuning nodig hebben.’ Harro benadrukt daarnaast dat de samenwerking met de gemeente, GGZ, verslavingszorg en politie goed georganiseerd is en dat er een stevig netwerk ligt waar al jarenlang op wordt voortgebouwd. ‘Het vertrouwen van de buurt, de goede samenwerking in de regio en binnen de teams van de maatschappelijke opvang zelf, zorgen ervoor dat de Vluchtheuvel na al die jaren nog altijd een fijne plek is voor medewerkers en bewoners.’



Het laatste nieuws
‘Het liefst zou ik elke dag naar Groen en Meer gaan’
Vier jaar onderzoek naar Beschermd Thuis – hoe nu verder?